Nieuws

Vijf jaar in één factuur: aftrek sneuvelt

Een holding trekt ruim € 2 miljoen aan managementkosten af. Deze zijn gefactureerd door een buitenlandse vennootschap, geleid door de bestuurder van de holding. De factuur dateert van maart 2020, bestrijkt 2017 tot en met 2022 en wordt nooit betaald. De inspecteur schrapt de aftrek en de rente over dat bedrag. 

Vijf jaar in één factuur

De vennootschap vormt met twee dochters een fiscale eenheid en verliest in juni 2020 haar enige aandeelhouder. Zijn weduwe is al sinds november 2018 bestuurder en erft de aandelen. Die bestuurder stuurt in maart 2020 via haar buitenlandse vennootschap een factuur van € 2.167.760 aan een dochter, voor het managen van een procedure tegen een bank. De specificatie beslaat 2017 tot en met 2022, dus ook werk dat nog moet gebeuren. Er wordt niets betaald. Het bedrag wordt verwerkt in de rekening-courant.

Wel verzwaard, niet omgekeerd

Over 2020 en 2021 komen de aangiften pas nadat de aanslagen er liggen. Wie de termijn uit de aanmaning laat verlopen, doet niet de vereiste aangifte. De AWR verbindt daaraan omkering en verzwaring van de bewijslast. Toch is de omkering hier niet aan de orde. Omdat alleen de kostenaftrek in geschil is en die bewijslast toch al op de vennootschap rust, valt er niets om te keren en resteert de verzwaring. Zij moet dus overtuigend aantonen dat de kosten zakelijk zijn.

Verleden, heden en toekomst

In die bewijslast slaagt de vennootschap niet. Een factuur die vijf jaar aan verleden, heden en toekomst bestrijkt, noemt de rechtbank zeer ongebruikelijk; het uitblijven van betaling versterkt de twijfel. Een schriftelijke overeenkomst over het gestelde uurtarief van $ 150 ontbreekt, net als een vastlegging van de afspraken uit februari 2020. De onkosten komen elke maand op hetzelfde bedrag uit en ontberen elke onderbouwing. De advocaten die over de inzet van de bestuurder verklaren, zien haar bovendien als bestuurder van de vennootschap zelf. Het vervallen van de aftrek heeft ook gevolgen voor de rente.

Bron: Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2026:21004 | 21-07-2026

Terug